Fugato de Furnis vzw
Internationaal Orgelfestival Veurne - Nieuwpoort

Orgels


Het orgel van de Sint-Audomaruskerk Booitshoeke werd gebouwd in 1847 door Charles-Louis Van Houtte uit Waregem. Bij de constructie ervan heeft Van Houtte pijpwerk gebruikt, afkomstig uit een 18de eeuws orgel. De herkomst van dit oudere instrument is niet bekend. Het orgel werd gerestaureerd door Etienne De Munck in 1983-1984. Merkwaardig is de klavieromvang: van C tot C4. Het instrument heeft geen pedaal.
Dispositie:
-
Bourdon 8
- Prestant 4
- Fluit 4
- Doublet 2
- Cymbel
- Trompet 8
- Clairon 4 bas
- Cromhoorn 8 sup
- Tremblant
- Ventiel

↑ terug ↑

Het orgel van de Sint-Walburgakerk in Veurne
In 1743 leverden de Rijselse orgelbouwers Jean-Godefroy Gobert en Joseph Bosquet het groot orgel.
Jean-Joseph Vanderhaeghen voegde in 1785 het rugpositief toe in de balustrade.
Na de Franse Revolutie werd niet alleen het lood van het dak van de kerk aangeslagen, maar ook alle metalen orgelpijpen.
Bij het hernemen van de openbare eredienst in 1802 werd de Sint-Walburgakerk parochiekerk.
In 1809 werden in het groot orgel nieuwe pijpen geplaatst door René Germain uit Ieper. In 1813 werd ook de rest van het orgel door hem speelklaar gemaakt. Vanaf 1820 (Germain was dan te Rijsel gevestigd) werd het instrument grondig verknoeid door onkundige herstellers, zodat het in 1840 moest hernieuwd worden door Van Peteghem uit Gent.
Bij de herstelling in 1840 schreef Pierre Charles Van Peteghem op een plank van het orgel: "Desen schoonen orgel was van de Franschen geplundert behalve alles wat hout was, en vernieut door den Waele Germain van Yperen in 1809, verder vermoort geweest door de volgende ravaudeurs ofte orgelmoorders, 1ste Fretijn (van Nieuwpoort, perruquier) en acutelen orgelmaker te Brussel, 2de Hostekijn nog een slegteren, 3de Ormet van Gent onkundigste der wroetelaars...".
Voor 1900 was het koor van de kerk naar het westen afgesloten door het doksaal met orgel, het koorgestoelte en de koordeur die nu tegen de westmuur van de kerk staan. Na de bouw van de neogotische kruisbeuk en het schip in 1908 werd het ensemble - onder grote polemiek - verplaatst door orgelbouwer Delmotte uit Doornik. Het orgelbuffet werd in een hoek van het doksaal geschoven zodat het neogotische glasraam van de westgevel vrij bleef. Het orgel werd ook naar de toenmalige romantische tijdsgeest omgebouwd. Pas bij de restauratie van 1967 door de gebroeders Loncke kreeg het zijn huidige opstelling. Door de vroegere opstelling van het instrument midden de kerk, heeft het orgel een dubbel front. Ook de achterkant bevat sprekende orgelpijpen, uniek in België.
Het orgel heeft 41 registers, 3 klavieren en pedaal.

Dispositie
Pedaal
Gedekt 16
Oktaafbas 8
Gedekt 8
Kwintbas 5 1/3
Koraalbas 4
Oktaaf 2
Ruispijp 3 r.
Trompet 16
Trompet 8
Trompet 4


I Rugpositief
Gedekt 8
Prestant 4
Fluit 4
Nazaard 2 2/3
Oktaaf 2
Terts 1 3/5
Stemmeke 1
Kornet 3 r.
Vulwerk 3 r.
Kromhoorn 8


II Groot Orgel
Kwintadeen 16
Prestant 8
Holpijp 8
Prestant 4
Roerfluit 4
Oktaaf 2
Fluit 2
Kornet 5 r.
Vulwerk 3 r.
Cymbel 3 r.
Trompet 8
Trompet 4
III Borstwerk (zwelwerk)
Roerfluit 8
Kwintadeen 8
Gemshoorn 4
Prestant 2
Larigot 1 1/3
Oktaafke 1
Tertiaan 2 r.
Cymbel 3 r.
Regaal 8
Tremulant


Manuaalomvang: C - g³
Pedaalomvang: C - f¹
Koppelingen: V+ I, V+ II, V+III, I+ III, II+ I, II+ III
Stemming: Valotti
Toonhoogte: a¹ = 440 Hz

 


↑ terug ↑

© Armand Roegiers